Begaafdheidsonderzoek
De laatste jaren is er gelukkig steeds meer kennis over hoogbegaafdheid, bij scholen en daarbuiten. Toch worden lang niet alle hoogbegaafde kinderen herkend, en dat is niet zo gek. Vaak wil een kind erbij horen, zijn zoals de andere kinderen zijn, doen zoals de andere kinderen doen. Het kind wil niet raar zijn, wil geen buitenbeentje, nerd of slimmerik zijn. Wat je dan vaak ziet, is dat een kind zich zodanig gaat aanpassen dat het niet meer opvalt. In groep 1 worden de mooie, gedetailleerde tekeningen van thuis weer koppoters, de diepgaande interesse in complexe onderwerpen verdwijnt, het kind kan opeens niet meer lezen, althans niet op school: thuis verslindt het nog altijd Donald Duckjes. Het kind gaat onderduiken, en wordt dus niet meer gezien als intelligenter dan gemiddeld. Het kind valt noch in gedrag, noch in resultaten, op.
Wanneer is onderzoek naar begaafdheid zinvol?
Of, een andere variant: een kind weigert zich aan te passen, op elk vlak. Het wordt daardoor een buitenbeentje, wordt gezien als arrogant, als eigenwijs, als onaangepast. Ligt buiten de groep, staat alleen in de pauzes op het schoolplein. Vaak zijn dat de meer extraverte kinderen. Je ziet dan boosheid, soms agressie. Wanneer bovenstaand gedrag wordt gezien als signaal voor ‘er is iets aan de hand, hier moeten we iets mee’ (op school en/of thuis), hoeft begaafdheidsonderzoek niet altijd nodig te zijn. Immers: het kind wordt gezien, er wordt gezocht naar waar zijn behoefte (bijv. op leergebied) ligt. Maar niet altijd gaat dat zo gemakkelijk. Dan kan het verhelderend zijn om een begaafdheidsonderzoek te laten uitvoeren.

Herken je iets van jouw kind in het bovenstaande? Verveelt hij zich, zegt je kind dat hij zich ‘anders’ voelt dan zijn klasgenootjes, zijn er gedragsproblemen op school of juist thuis (soms zegt de juf ‘zo wil ik er wel 30 in de klas’, terwijl jij een woest monster thuis hebt, soms is een kind passief of juist buiten proportie fel in de klas, terwijl het thuis huilend bij jou op schoot kruipt)?
Dan kan een begaafdheidsonderzoek meer duidelijkheid geven. Ook wanneer school, of jij, denkt aan aanpassingen in het lesaanbod (moeilijker opdrachten, compacten, versnellen) kan een extern onderzoek deze beslissing onderbouwen. Soms is een intelligentiebepaling nodig om toegelaten te worden tot een plusklas of Leonardo-, Da Vinci- of vergelijkbaar HB-onderwijs.
Waarom Sherpa?
Iedere orthopedagoog of psycholoog is bevoegd om een intelligentietest af te nemen. Niet iedereen is echter gespecialiseerd in onderzoek bij (vermoedelijke) hoogbegaafdheid. Deze kinderen vragen om een specifieke benadering, hetgeen komt door hun manier van denken en beleven. Het kan bijvoorbeeld zijn dat eenvoudige vragen niet goed beantwoord worden, doordat een kind verder nadenkt dan er de bedoeling is. Of er speelt faalangst of perfectionisme, waardoor er een ‘ik weet het niet’ antwoord komt, ook als een kind het wél weet. Daar kan bij een testafname rekening mee gehouden worden, zodat het daadwerkelijke potentieel van een kind zichtbaar wordt. Daarnaast is het belangrijk dat er de welbekende ‘klik’ is. Een ongrijpbaar, ondefinieerbaar fenomeen, dat, zeker voor dit gevoelige slag mensen, doorslaggevend is. Pas wanneer er werkelijk contact is kan een kind volop aanwezig zijn. En dus: optimaal zichzelf laten zien in een testsituatie.
Mede doordat ik nog niet geregistreerd ben als GZ-psycholoog (ik ben in opleiding), acht ik mijzelf nog niet bekwaam om definitieve diagnoses te stellen, zoals bijv. ADHD of ASS. Dat is overigens niet zo erg, want ik houd niet zo van die diagnoses. Zeker bij hoogbegaafde kinderen is er nogal eens sprake van misdiagnose: een onterecht ADHD- of ASS-label. Niet zo gek overigens: de gedragskenmerken van een hoogsensitief, complex functionerend kind komen soms overeen met kenmerken, die ook passen bij ADHD of ASS.
Daarnaast is er lang niet altijd een diagnose nodig om te kunnen helpen. Ik werk graag transdiagnostisch: niet zozeer op zoek naar een diagnose/classificatie (zie de link hieronder voor uitleg van deze termen, maar op zoek naar de ‘sleutel’ van een kind.
Collega Danielle Bax, van praktijk Een Stap Voor, heeft dit prachtig verwoord – dan hoef ik het zelf niet meer te doen!
misverstanden-rondom-diagnostisch-onderzoek-pdf
En deze:Voor- en nadelen van classificaties
Wanneer we bij een onderzoek vermoeden dat er meer aan de hand is, en wanneer we, samen met ouders, denken dat een diagnose helpend kan zijn, kunnen we dit alsnog nader onderzoeken of eerst overleg plegen met collega’s, en je indien nodig doorverwijzen naar een gespecialiseerde instelling.
Uitgaan van de klacht van het kind zelf
Samen met uw kind ga ik op speurtocht naar zijn klacht. Waar heb jij nu eigenlijk last van? Wat is er nodig om je fijner te gaan voelen? Welke hulpbronnen en oplossingsmogelijkheden heb je allemaal? En welke wil je gebruiken om je klacht op te lossen of er mee om te gaan?
Ervaringen
Wat gaan we doen?
Een begaafdheidsonderzoek bestaat uit verschillende, optionele, onderdelen.
Er vindt altijd een intelligentieonderzoek plaats. Dat doen we met de WISC-V of de IDS-2. Hieruit vloeit een voorspelling van de algemene intelligentie voort en vooral een profiel van sterke en zwakkere kanten binnen dat intelligentieprofiel..
We kunnen, naast het intelligentieonderzoek, ook een breder onderzoek uitvoeren, waarbij we bijvoorbeeld kijken naar de sociale en emotionele ontwikkeling, met een beeld van de sterke en minder sterke kanten. Het is bij een breed onderzoek naar begaafdheid nl. van belang om ook te kijken naar de zijnskenmerken van een kind. Wat is zijn leerstrategie, hoe zit het met evt. intense gevoeligheden, met behoefte aan autonomie, met concentratie, met creativiteit, met perfectionisme en/of faalangst? Hoe reageert een kind op tijdsdruk, op hulp of het ontbreken daarvan? Het is, kortom, over het algemeen belangrijk om niet alleen de intelligentie (het ‘denkdeel’) van een kind, maar ook de persoon (het ‘zijnsdeel’) in kaart te brengen.
Soms echter is er alleen een intelligentiebepaling nodig, bijv. omdat er een overstap naar een andere school wordt overwogen. Dan is een minder uitgebreid onderzoek voldoende. Dat resulteert in niet meer (en niet minder) dan een bepaling van het intelligentieprofiel van een kind.
Natuurlijk is een onderzoek alleen zinvol wanneer eruit voortvloeit: wat nu? Hoe ga ik om met de specifieke kenmerken en behoeften van mijn kind of mijn leerling? Welke tips, adviezen, handreikingen kan ik toepassen? Een onderzoeksverslag bevat, naast het beeld van een kind, ook dergelijke adviezen, voor thuis én voor school, uiteraard toegespitst op het kind zelf.
Het verslag bespreken we altijd persoonlijk, zodat er de gelegenheid is om verduidelijking en verdieping te vragen. Desgewenst wordt het verslag ook op school besproken: vaak is dat zinvol.
Voor wie?
Onderzoek is mogelijk bij kinderen vanaf zes jaar.
Kosten en hoe spreken we iets af?
Hier vind je meer informatie over de kosten. Ben je geïnteresseerd of wil je eerst meer informatie? Bel of mail dan gerust. Elders op de site vind je actuele informatie over wanneer er ruimte is.